Leptineresistentie in de overgang: waarom je honger blijft houden ondanks discipline

de informatie in dit artikel is ook beschikbaar als podcast aflevering


Eet jij minder dan vroeger, maar blijf je honger houden?
Voelt het alsof je lichaam in de overgang ineens tegenwerkt, hoe gezond je ook eet?

Veel vrouwen denken dan dat ze simpelweg minder discipline hebben.
Maar vaak speelt er iets anders: leptineresistentie.

Leptine is een hormoon dat wordt aangemaakt door je vetcellen en je hersenen informeert over hoeveel energie er beschikbaar is. In een gezond systeem zorgt leptine voor verzadiging, stimuleert het energieverbruik en helpt het je stofwisseling in balans te houden.

Wanneer je vetcellen groeien, stijgt normaal gesproken de leptinespiegel. Je brein krijgt dan het signaal: er is genoeg energie, je mag stoppen met eten en energie gaan gebruiken in plaats van opslaan.

Maar wat als dat signaal niet meer goed aankomt?
Wat als je lichaam wél voldoende energie heeft opgeslagen, maar je hersenen dat niet meer correct registreren?

Dan spreken we van leptineresistentie.


Wat is leptineresistentie?

Bij leptineresistentie maakt je lichaam vaak voldoende – of zelfs veel – leptine aan, maar je hersenen reageren minder gevoelig op dat signaal. Het verzadigingsgevoel blijft daardoor uit.

Het brein registreert onvoldoende dat er energie beschikbaar is en schakelt over op een energiebesparende modus. Het gevolg: aanhoudende honger, een lager energieverbruik en een grotere neiging om vet vast te houden.

Afvallen wordt daardoor steeds moeilijker, zelfs wanneer je minder eet of gezond probeert te leven. Veel vrouwen gaan op dat punt aan zichzelf twijfelen, terwijl het probleem niet een gebrek aan discipline is, maar een ontregelde hormonale communicatie.

In de overgang kan dit systeem extra kwetsbaar worden door schommelingen in oestrogeen, slaapverstoring en langdurige stress.

Zo ontstaat een patroon waarin honger, vermoeidheid en vetopslag elkaar blijven versterken.

Leptineresistentie staat zelden op zichzelf. In de praktijk zie je vrijwel altijd dat ook andere hormonale systemen betrokken zijn — met name insuline.


De link met insulineresistentie

Leptineresistentie staat zelden op zichzelf. In de praktijk zie je vrijwel altijd dat ook insuline een rol speelt.

Insuline is het hormoon dat je bloedsuiker reguleert en bepaalt of energie wordt verbruikt of opgeslagen. Wanneer je regelmatig hoge bloedsuikerspiegels hebt – bijvoorbeeld door frequente koolhydraatrijke maaltijden of veel tussendoortjes – moet je lichaam steeds meer insuline aanmaken.

Na verloop van tijd kunnen cellen minder gevoelig worden voor insuline. Dit noemen we insulineresistentie. Het gevolg: insulineniveaus blijven verhoogd, waardoor het lichaam makkelijker vet opslaat en moeilijker overschakelt naar vetverbranding.

En hier wordt het interessant.

Chronisch verhoogde insulinespiegels stimuleren vetopslag. Meer vetweefsel betekent meer leptineproductie. Maar wanneer die leptinespiegels langdurig hoog blijven, kunnen de hersenen minder gevoelig worden voor het signaal.

Zo versterken insulineresistentie en leptineresistentie elkaar.

Wie alleen naar leptine kijkt zonder insuline mee te nemen, corrigeert vaak aan de verkeerde knop. In dat geval blijft het lichaam gevangen in een patroon van verhoogde insuline, aanhoudende honger en verminderde vetverbranding.

Zeker bij vrouwen in de overgang zie je dit mechanisme vaker terug, omdat hormonale veranderingen de insulinegevoeligheid kunnen beïnvloeden. Hierdoor wordt het nog belangrijker om niet alleen naar calorieën te kijken, maar naar hormonale balans.

Klachten zoals vermoeidheid, honger en gewichtstoename hebben ook vaak te maken met insulineresistentie, zonder dat dat duidelijk wordt uitgelegd.

In mijn inzichtgids Insulineresistentie bij vrouwen leg ik uit hoe dit proces ontstaat en waarom het rond de overgang vaker zichtbaar wordt.

Bekijk de inzichtgids Insulineresistentie bij vrouwen


Maar hoe merk dat dit jou speelt?

Leptine- en insulineresistentie zie je niet op een standaard bloeduitslag terug als één duidelijke waarde. Je merkt het vooral in hoe je lichaam reageert.

Veel vrouwen herkennen dit patroon:

Je blijft honger houden, zelfs na een volwaardige maaltijd.
Je hebt gegeten, je zou verzadigd moeten zijn, maar toch denk je alweer aan iets zoets of iets extra’s. Niet uit zwakte maar omdat je verzadigingssignaal onvoldoende doorkomt.

Je energie is laag, vooral in de middag of avond.
Waar je vroeger makkelijker actief bleef, voelt bewegen nu als een opgave. Je lichaam lijkt energie te willen sparen in plaats van gebruiken.

Afvallen lukt nauwelijks, ondanks inspanning.
Je eet bewuster, misschien zelfs minder dan vroeger. Je slaat maaltijden over of beperkt je porties. Toch blijft het gewicht stabiel of kruipt het langzaam omhoog, vooral rond je buik.

Je hebt het gevoel dat je lichaam veranderd is.
Wat vroeger werkte, werkt nu niet meer. Sinds de overgang lijkt je systeem anders te reageren.

En dat is geen toeval.

Wanneer verzadiging, energie en vetopslag structureel uit balans raken, wijst dat vaak op een onderliggend hormonaal mechanisme, niet op een gebrek aan discipline.

Veel vrouwen die bij mij starten, zeggen hetzelfde: “Ik doe alles wat ik kan, maar mijn lichaam werkt niet mee.”


Waardoor raakt dit systeem eigenlijk ontregeld?

Leptineresistentie ontstaat zelden door één enkele oorzaak. Het is meestal het resultaat van een samenspel tussen meerdere hormonale en metabole factoren.

Allereerst speelt insuline een belangrijke rol. Wanneer insulinespiegels langdurig verhoogd blijven — bijvoorbeeld door frequente eetmomenten, sterk bewerkte voeding of een langdurige verstoring van de bloedsuikerregulatie — beïnvloedt dit direct hoe vetweefsel en hersenen met elkaar communiceren. Hoge insuline stimuleert vetopslag, en meer vetweefsel betekent meer leptineproductie. Bij chronische overprikkeling kan het brein minder gevoelig worden voor dat signaal.

Daarnaast zien we dat laaggradige ontsteking het leptinesysteem kan verstoren. Chronische stress, overgewicht, slaaptekort en metabole ontregeling zorgen voor een lichte maar voortdurende activatie van het immuunsysteem. Dit beïnvloedt de signaalverwerking in de hypothalamus — het regelcentrum van honger en energieverbruik.

Ook slaap speelt een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Structureel te weinig of onrustige slaap verlaagt leptine en verhoogt ghreline (het hormoon dat honger stimuleert), waardoor het verzadigingssysteem verder uit balans raakt.

In de overgang komt daar nog een extra laag bij. Dalende oestrogeenspiegels beïnvloeden zowel insulinegevoeligheid als vetverdeling. Hierdoor wordt het hele metabole systeem gevoeliger voor ontregeling.

Leptineresistentie is daarom geen op zichzelf staand probleem, maar onderdeel van een breder metabool netwerk. Wie het wil herstellen, moet dat hele systeem meenemen.

En precies daarom werkt een simpele caloriebeperking zelden duurzaam. Het systeem vraagt om een gerichte metabole aanpak.


Wanneer je het grotere patroon begint te zien

Veel vrouwen kijken jarenlang naar losse klachten.
Vermoeidheid. Buikvet. Minder libido. Hersenmist. Moeite met afvallen.

Maar zelden worden deze signalen als één geheel bekeken.

Wanneer leptine- en insulinesignalen langdurig ontregeld zijn, zie je vaak een combinatie van:

  • aanhoudende vermoeidheid, zelfs na rust
  • verminderde motivatie om te bewegen
  • een veranderde vetverdeling, vooral rond de buik
  • afgenomen libido
  • moeite met concentratie of een “wattenhoofd”
  • wisselende eetlust of sterke cravings

Op het eerste gezicht lijken dit overgangsklachten. Maar wanneer ze samen voorkomen én gecombineerd worden met moeite met verzadiging en gewichtsregulatie, wijst dat vaak op een dieper metabool mechanisme.

Het gaat dus niet om één klacht, het is het patroon dat de puzzel compleet maakt. En precies dat bredere patroon wordt in de reguliere aanpak vaak gemist.


Wat kun je eraan doen?

Als leptine- en insulinesignalen ontregeld zijn, heeft het weinig zin om nóg minder te eten of nóg strenger te worden. Dat versterkt vaak juist de energiebesparende reactie van het lichaam.

Herstel begint bij het stabiliseren van insuline, het verminderen van chronische ontsteking en het opnieuw gevoelig maken van je verzadigingssysteem. Dat vraagt om een gerichte metabole aanpak — niet om willekeurige caloriebeperking.

Een goed opgebouwde keto-aanpak kan hierin ondersteunen, omdat het:

  • insulinepieken vermindert
  • vetverbranding stimuleert
  • verzadiging verbetert
  • en het lichaam helpt om uit de spaarstand te komen

Maar — en dit is belangrijk — wanneer leptineresistentie al langere tijd speelt, werkt een standaard “internet-keto” vaak averechts. Te snel starten, te streng beperken of te weinig eiwitten eten kan het systeem verder onder druk zetten.

Juist daarom vraagt dit om begeleiding die rekening houdt met jouw hormonale fase, stressbelasting, slaap en metabole voorgeschiedenis.


Hoe ik dit in de praktijk aanpak

Wanneer leptine- en insulinesignalen langdurig ontregeld zijn, start herstel niet met extreme koolhydraatbeperking, maar met stabilisatie.

In mijn begeleiding werk ik daarom in fases.

1. Eerst insuline stabiliseren.
We brengen rust in je bloedsuiker door vaste eetmomenten, voldoende eiwitten en het verminderen van snelle koolhydraten. Niet door zo weinig mogelijk te eten, maar door je systeem voorspelbaar te maken.

2. Daarna bouwen we gecontroleerd vetverbranding op.
Een te snelle of te strenge start kan het lichaam verder in spaarstand duwen. Daarom stemmen we het tempo af op jouw energie, stressniveau en hormonale fase.

3. Tegelijk werken we aan slaap en stressbelasting.
Zonder herstel van slaap en verlaging van chronische stress blijft het verzadigingssysteem ontregeld.

Juist deze combinatie maakt het verschil tussen tijdelijk gewichtsverlies en duurzaam metabool herstel.


Praktijkvoorbeeld: wanneer het systeem weer gaat samenwerken

Michelle (56) kwam bij mij na jaren van caloriebeperking en verschillende diëten. Ze at weinig, sloeg regelmatig maaltijden over en voelde zich constant moe en hongerig. Afvallen lukte nauwelijks en elke poging eindigde in terugval.

In plaats van haar nóg minder te laten eten, startten we met stabiliseren.
Vaste eetmomenten. Voldoende eiwitten. Rust in haar bloedsuiker.

Pas daarna bouwden we gecontroleerd de vetverbranding op.

Binnen enkele weken merkte ze dat haar honger afnam. Haar energie werd stabieler. Ze kon weer wandelen zonder volledig uitgeput te raken.

Het gewichtsverlies volgde daarna — niet explosief, maar consistent.

Wat hier het verschil maakte, was niet meer discipline.
Het was het herstellen van de hormonale samenwerking tussen insuline, leptine en stress.

Wanneer het systeem weer klopt, volgt het resultaat.

En precies daar gaat het vaak mis.

Veel vrouwen starten met keto alsof het een nieuw dieet is — strenger, sneller, minder. Terwijl het in werkelijkheid gaat om het herstellen van een ontregeld hormonaal systeem.

Daarom heb ik Keto zonder de Valkuilen ontwikkeld.

In dit traject werken we niet alleen aan ketose, maar aan het herstellen van de samenwerking tussen insuline, leptine en stresshormonen — afgestemd op jouw fase in de overgang.

Geen crashstart.
Geen extreme restrictie.
Maar een aanpak die je systeem weer vóór je laat werken in plaats van ertegen.

Ontdek meer van Sevi Rutgrink - Keto Coaching

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder