de informatie in dit artikel is ook beschikbaar als podcast aflevering
Je denkt na over starten met keto. Misschien omdat je merkt dat je gewicht oploopt terwijl je niet meer eet dan vroeger. Misschien omdat je energie laag is, je hoofd mistig voelt of je lichaam niet meer reageert zoals je gewend was. Tegelijk weet je dat je een trage schildklier hebt, of je vermoedt dat er op dat vlak iets meespeelt.
Het kan ontmoedigend zijn wanneer je ondanks medicatie moe blijft of blijft aankomen. Dat maakt het verleidelijk om rigoureus in te grijpen en alles tegelijk te veranderen. Juist dan is het helpend om niet vanuit frustratie te versnellen, maar eerst helder te krijgen wat er werkelijk speelt.
Een trage schildklier vraagt om context en om timing. Juist die context ontbreekt vaak wanneer je zelfstandig gaat experimenteren met je voeding.
Wat er eigenlijk gebeurt bij een trage schildklier
De schildklier is klein, maar de invloed ervan is groot. Hij produceert hormonen die in vrijwel elke cel van je lichaam een rol spelen. T4 wordt door de schildklier aangemaakt en in je weefsels omgezet in T3, de actievere vorm die betrokken is bij energieproductie, warmte, hartslag, stemming, spierfunctie en darmwerking. Via TSH wordt dit proces aangestuurd.
Dat zijn de technische contouren. Wat het concreet betekent, merk je in hoe je je voelt.
Wanneer je schildklier te traag werkt, kan je lichaam als het ware op een lager pitje draaien. Je merkt dat aan vermoeidheid die niet verdwijnt met een nacht goed slapen. Aan gewichtstoename terwijl je eetpatroon niet wezenlijk is veranderd. Aan kouwelijkheid, koude handen en voeten, een trage stoelgang. Je huid kan droger worden, je haar dunner. Je concentratie kan afnemen, je stemming kan vlakker of somberder worden.
Dit zijn klachten die ook bij de overgang passen. Of bij chronische stress. Of bij jarenlang te weinig eten. Precies daarom worden ze vaak niet meteen aan de schildklier gekoppeld. Soms is er een duidelijke diagnose hypothyreoïdie. Soms is alleen TSH ooit gemeten en “binnen de norm” bevonden. Soms is er nooit uitgebreid gekeken, terwijl jij wel voelt dat er iets niet klopt.
Bij veel vrouwen ligt de oorzaak in Hashimoto, een auto-immuunproces waarbij het immuunsysteem de schildklier geleidelijk aantast. Dat proces kan jarenlang sluimeren. Medicatie kan het tekort aan hormoon aanvullen, maar het onderliggende proces blijft bestaan. Voor veel vrouwen zorgt medicatie wel degelijk voor stabiele hormoonwaarden en duidelijke verbetering van klachten.
Hoe ontstaat een trage schildklier?
Een trage schildklier ontstaat niet uit het niets. Bij vrouwen is de meest voorkomende oorzaak een auto-immuunproces, bekend als Hashimoto. Daarbij valt het immuunsysteem geleidelijk het schildklierweefsel aan, waardoor de productie van hormonen langzaam afneemt. Dat proces kan jarenlang sluimeren voordat er duidelijke afwijkingen in het bloed zichtbaar zijn.
Er zijn ook andere oorzaken. Soms is de schildklier behandeld met radioactief jodium of deels operatief verwijderd. In die gevallen ontstaat er een direct tekort aan hormoonproductie. Daarnaast kunnen langdurige stress, ernstige ziekte of chronische ondervoeding invloed hebben op hoe de schildklier wordt aangestuurd, zonder dat de klier zelf beschadigd is.
Wat belangrijk is om te begrijpen, is dat een trage schildklier zelden losstaat van de rest van het lichaam. Het is onderdeel van een groter hormonaal netwerk waarin stress, voeding, slaap en ontsteking allemaal een rol spelen. Dat verklaart ook waarom een voedingsinterventie nooit losstaat van de bredere context.
Laat je waarden zorgvuldig en volledig in kaart brengen
Wanneer je meerdere klachten herkent en er nog geen uitgebreid bloedonderzoek is gedaan, is het verstandig om dat eerst goed te bespreken met je huisarts voordat je ingrijpende veranderingen in je voeding aanbrengt.
In de praktijk zie ik regelmatig dat er alleen TSH is bepaald. Dat is een belangrijke marker, maar het vertelt niet altijd het hele verhaal. Vrij T4 en soms vrij T3 kunnen aanvullende informatie geven. In sommige gevallen kan de verhouding tussen T4 en T3 aanleiding geven tot aanvullende vragen, zeker wanneer klachten blijven bestaan ondanks ‘normale’ waarden. Wanneer er een vermoeden is van een auto-immuunoorzaak zoals Hashimoto, kunnen ook antistoffen worden meegenomen.
Er bestaat daarnaast een grijs gebied waarin TSH licht verhoogd is, maar nog niet als behandelwaardig wordt gezien. In die fase spreken we van subklinische hypothyreoïdie. De laboratoriumwaarden lijken acceptabel, terwijl klachten al duidelijk aanwezig kunnen zijn. Dat vraagt om een zorgvuldig gesprek met je arts over klachten in relatie tot waarden, in plaats van uitsluitend naar de referentiebandbreedte te kijken.
Laboratoria hanteren brede referentiewaarden die gebaseerd zijn op populatiegemiddelden. Dat een waarde “binnen de norm” valt, betekent niet automatisch dat dit voor jou optimaal is. De interpretatie van waarden vraagt altijd om samenhang met klachten, medische voorgeschiedenis en actuele situatie.
Medicatie geeft houvast, maar niet altijd rust
Misschien gebruik je levothyroxine, of een combinatie van T4 en T3. Dan is er op papier een instelling die passend zou moeten zijn. Toch hoor ik vaak dat vrouwen zich ondanks “goede waarden” niet goed voelen. Dat verschil tussen laboratorium en beleving is frustrerend, maar reëel.
Wanneer je vervolgens je voeding ingrijpend verandert, kan dat invloed hebben op hoe jij je voelt. Gewichtsschommelingen, veranderingen in stress, een verschuiving in energie-inname, het kan allemaal doorwerken in je ervaring van klachten. De dosering van medicatie aanpassen is een taak van je arts. Wat je zelf kunt beïnvloeden, is de manier waarop je veranderingen introduceert. Grote sprongen maken het moeilijker om te zien wat werkelijk effect heeft.
Waarom de overgang dit complexer maakt dan je denkt
Rond de overgang verandert je hormonale landschap ingrijpend. Wanneer oestrogeen daalt, verschuift vaak ook je insulinegevoeligheid. Dat betekent dat je sneller vet opslaat, vooral rond je buik, en minder flexibel wordt in je energiegebruik. Combineer dat met slechter slapen en meer stress, en je lichaam krijgt meerdere signalen tegelijk om zuiniger te worden.
Wanneer je in deze fase in gewicht toeneemt of je vermoeider voelt, is het begrijpelijk om dat volledig aan je schildklier toe te schrijven. Toch is dat zelden het hele verhaal. Insulineresistentie, chronische stress en slaaptekort spelen vaak net zo goed een rol. Daarbij komt dat veel vrouwen een lange geschiedenis van diëten achter de rug hebben. Periodes van streng eten, calorieën tellen en opnieuw beginnen na teleurstelling laten hun sporen na in het metabolisme.
Een lichaam dat jarenlang heeft geleerd om met schaarste om te gaan, reageert anders dan een lichaam dat stabiel en voldoende gevoed is. In zo’n context is verdere beperking meestal niet de meest logische eerste stap, ook al voelt het soms alsof je juist strenger moet worden om grip te krijgen.
Insulineresistentie ontwikkelt zich vaak langzaam en blijft daardoor lang onopgemerkt. Twijfel je of dit bij jou een rol speelt?
→ Doe dan hier insulineresistentie check
De invloed van chronische stress
Naast oestrogeen speelt ook je stress-as een rol. Chronisch verhoogd cortisol kan invloed hebben op de omzetting van T4 naar T3 en op de gevoeligheid van je cellen voor schildklierhormoon. Een lichaam dat langdurig onder druk staat, kiest eerder voor energiebesparing dan voor versnelling.
Wanneer je in zo’n situatie extra restrictief gaat eten of meerdere veranderingen tegelijk doorvoert, kan dat het systeem verder activeren in plaats van tot rust brengen. Daarom is het belangrijk om metabole aanpassingen altijd te bekijken in samenhang met stress, slaap en herstel.
Wat koolhydraatbeperking betekent voor je schildklierhormonen
In studies zie je regelmatig dat het actieve hormoon T3 daalt bij koolhydraatbeperking. Dat wordt soms gepresenteerd als bewijs dat keto schadelijk zou zijn voor de schildklier. Zo simpel is het niet. Het lichaam schakelt over op een andere brandstof en dat gaat gepaard met hormonale verschuivingen. Een lagere T3-waarde betekent niet automatisch dat je schildklier verslechtert of dat je metabolisme instort.
Wat we wél weten, is dat sterke calorierestrictie invloed heeft op de schildklier-as. Wanneer je langdurig minder energie binnenkrijgt dan je verbruikt, kan het lichaam zuiniger gaan functioneren. In de praktijk zie ik vaak dat keto en minder eten onbedoeld samen oplopen. Dan wordt het moeilijk om te onderscheiden wat een klacht veroorzaakt. Is het de afname van koolhydraten, of het feit dat je lichaam opnieuw een periode van schaarste ervaart?
Een verandering in een labwaarde zegt weinig zonder de context van hoe jij je voelt. Tegelijk moet aanhoudende vermoeidheid of verslechtering niet worden weggewuifd als een onschuldige aanpassing. Het vraagt om zorgvuldige observatie.
Daarnaast vraagt een lichaam dat onder druk staat om voldoende bouwstoffen. Selenium, ijzer, zink en jodium spelen een rol in de hormoonproductie en omzetting. Dit betekent niet dat je direct moet suppleren, maar wel dat een eenzijdig of langdurig restrictief voedingspatroon herstel kan bemoeilijken.
Veelgehoorde misverstanden over keto en de schildklier
Rondom koolhydraatbeperking, keto en de schildklier circuleren hardnekkige uitspraken die weinig ruimte laten voor nuance.
Zo wordt vaak gezegd dat keto de schildklier “kapot maakt” zodra T3 daalt. In werkelijkheid laat onderzoek zien dat een daling van T3 bij keto meestal een adaptieve reactie is op een andere brandstofverdeling, niet automatisch een teken van verslechtering.
Ook hoor ik regelmatig dat vrouwen met Hashimoto geen koolhydraten mogen verlagen. Daar is geen eenduidig bewijs voor. Wat wél duidelijk is, is dat sterke metabole stress – bijvoorbeeld door langdurige calorierestrictie – invloed kan hebben op hoe je je voelt.
Waarom veel vrouwen zich slechter voelen na een te strenge start
Wat ik regelmatig zie, is dat vrouwen gemotiveerd beginnen en direct streng worden. Ze gaan direct laag in koolhydraten, verlagen onbewust hun totale energie-inname, voegen vasten toe en blijven intensief trainen. Binnen enkele weken voelen ze zich uitgeput, kouwelijk of mentaal mistig. Dan ontstaat de gedachte dat keto hun schildklier ontregelt.
In werkelijkheid is het meestal de combinatie van factoren die het systeem onder druk zet. Dat is precies waarom een individuele aanpak belangrijk is. Wat bij de één stabiliseert, kan bij de ander juist ontregelen.
In de eerste weken van een verandering in je voedingspatroon zal je lichaam moeten schakelen. Dat kan gepaard gaan met tijdelijke vermoeidheid of een lichte dip in energie. Dat is iets anders dan een duidelijke verslechtering van klachten die aanhoudt of toeneemt.
Wanneer je je week na week kouder, zwakker of uitgeputter voelt, is dat geen kwestie van doorzetten maar van bijsturen. Het verschil zit vaak in de duur en de intensiteit van wat je ervaart.
Signalen om serieus te nemen
Een tijdelijke energiedip in de eerste weken kan onderdeel zijn van aanpassing. Aanhoudende verergering van klachten vraagt om aandacht. Denk aan:
- toenemende kouwelijkheid die niet verbetert
- uitgesproken vermoeidheid die langer dan enkele weken aanhoudt
- verslechtering van haaruitval
- duidelijke daling in belastbaarheid
- aanhoudende stemmingsverandering
Deze signalen betekenen niet automatisch dat keto ongeschikt is, maar ze vragen wel om evaluatie en eventueel bijsturing.
Mijn aanpak bij een bekende trage schildklier
Wanneer bij jou hypothyreoïdie is vastgesteld, kies ik voor een gefaseerde benadering. Ik start niet onder de 50 gram koolhydraten per dag. Mijn eerste aandacht gaat uit naar voldoende eten en een stabiel ritme. Geen vasten in de beginfase. Geen nadruk op het zo snel mogelijk bereiken van ketose.
Een factor die vaak onderschat wordt, is eiwit. Bij een trage schildklier is behoud van spiermassa belangrijk. Spieren zijn metabolisch actief weefsel en dragen bij aan je energieverbruik en insulinegevoeligheid. Wanneer je te weinig eiwit eet, kan dat herstel vertragen en je energie verder onder druk zetten. Voldoende eiwit is daarom geen detail, maar een fundament waarop je verdere aanpassingen bouwt.
Pas wanneer je energie stabieler wordt en je klachten niet verergeren, kan er worden gekeken of verdere verlaging passend is. Ketose is voor mij geen doel op zich. Een lichaam dat zich veilig en gevoed voelt, heeft prioriteit.
Het is goed om hier een belangrijk onderscheid te maken. In ketose zijn en koolhydraatbeperkt eten zijn niet hetzelfde. Je kunt je koolhydraten verlagen, je bloedsuiker stabiliseren en je vetverbranding verbeteren zonder dat je diep in ketose zit.
Voor veel vrouwen met een trage schildklier is dat een verstandiger beginpunt. Het doel is metabole rust, niet het najagen van een zo hoog mogelijke ketonenwaarde. Wanneer je dat onderscheid helder hebt, ontstaat er ruimte om gefaseerd te werken in plaats van alles meteen strak te zetten.
Specifiek bij Hashimoto: extra aandacht voor stabiliteit
Bij Hashimoto speelt een immuuncomponent een centrale rol. Ontstekingsactiviteit, darmgezondheid en metabole stress kunnen van invloed zijn op hoe actief het proces verloopt en hoe jij je voelt. Grote schommelingen in energie-inname of sterke restrictie kunnen het systeem tijdelijk onder druk zetten. Dat betekent niet dat keto uitgesloten is, maar wel dat tempo en stabiliteit hier extra belangrijk zijn.
Door veranderingen stapsgewijs in te voeren, ontstaat er ruimte om te zien wat er werkelijk gebeurt.
Wanneer een keto leefstijl juist ruimte kan geven
Een trage schildklier betekent niet dat een keto leefstijl ongeschikt is. Integendeel. Veel vrouwen met een trage schildklier hebben daarnaast te maken met insulineresistentie, bloedsuikerschommelingen of hardnekkige vetopslag rond de buik. Zeker in de overgang verschuift de gevoeligheid voor insuline, waardoor je lichaam sneller energie opslaat en minder flexibel wordt in het aanspreken van vetreserves.
Een keto leefstijl is in de kern gericht op metabole flexibiliteit: het vermogen van je lichaam om efficiënt vet als brandstof te gebruiken. De weg daar naartoe begint meestal met het verlagen van koolhydraten, maar het doel is breder dan alleen minder koolhydraten eten. Het gaat om stabilisatie van je bloedsuiker, herstel van insulinegevoeligheid en een voedingspatroon dat voldoende energie en bouwstoffen levert.
Wanneer insulinespiegels stabieler worden, krijgt je lichaam meer ruimte om opgeslagen vet aan te spreken. Voor veel vrouwen met een trage schildklier voelt het alsof hun lichaam niets meer loslaat, hoe weinig ze ook eten. In die context kan een goed opgebouwde keto leefstijl juist helpen om vetverlies weer mogelijk te maken, niet door streng te worden, maar door het systeem rust te geven.
Daarnaast zien we bij veel vrouwen dat een ketogeen voedingspatroon ontstekingsactiviteit kan verminderen. Dat is relevant bij auto-immuunprocessen zoals Hashimoto, waar ontsteking onderdeel is van het klachtenpatroon.
Het effect zit niet in direct zo laag mogelijk gaan, maar in het zorgvuldig opbouwen van metabole rust. Vanuit die stabilisatie kan op termijn ook gericht en duurzaam vetverlies op gang komen.
Dit hoef je niet alleen te doen
Wanneer je een trage schildklier hebt en serieus wilt onderzoeken of keto voor jou passend is, vraagt dat om meer dan alleen motivatie. Het vraagt om overzicht, timing en het kunnen duiden van signalen.
In Keto zonder de Valkuilen werk je acht weken één-op-één met mij. We starten met stabilisatie: voldoende energie, structuur en rust in je systeem. Pas daarna bepalen we of en hoe verdere verlaging van koolhydraten passend is, met aandacht voor medicatie, hormonale context en jouw persoonlijke klachten.
Dit is geen traject van streng beginnen en hopen dat het goed uitpakt. Het is een gefaseerde aanpak, afgestemd op jouw lichaam. Bij een trage schildklier maakt niet alleen wát je doet het verschil, maar vooral wanneer en hoe je het doet.
