PCOS is jarenlang de naam geweest voor een aandoening waar veel vrouwen mee te maken hebben, maar die lang niet altijd goed begrepen wordt.
Soms begint het al vroeg, met een cyclus die nooit echt regelmatig wordt. Soms valt het op door acne, overbeharing, haaruitval of moeite met zwanger worden. En soms wordt het pas later duidelijker, wanneer afvallen steeds lastiger wordt, de energie daalt, de trek toeneemt en het lichaam niet reageert zoals je zou verwachten.
De oude naam, PCOS, staat voor Polycystic Ovary Syndrome. In het Nederlands wordt dit meestal polycysteus-ovariumsyndroom genoemd.
Die naam legt de nadruk op de eierstokken en op cysten. Daardoor is jarenlang het beeld ontstaan dat PCOS vooral een probleem van de eierstokken is. Maar dat beeld is te smal.
Internationaal krijgt PCOS daarom een nieuwe naam: PMOS. Dat staat voor Polyendocrine Metabolic Ovarian Syndrome. De nieuwe naam is op 12 mei 2026 bekendgemaakt na een internationaal consensusproces waarbij meer dan vijftig patiënten- en beroepsorganisaties betrokken waren. In The Lancet is deze naamswijziging uitgebreid toegelicht. De nieuwe naam wordt meegenomen in de internationale richtlijnupdate die voor 2028 wordt verwacht.
Die nieuwe naam zegt veel beter waar het over gaat. PMOS gaat niet alleen over eierstokken, maar ook over hormonen, stofwisseling, insuline, huid, cyclus, gewicht, vruchtbaarheid, mentale belasting en metabole gezondheid.
Daarom vind ik deze naamswijziging belangrijk.
Wat is PCOS, of PMOS, precies?
PCOS werd jarenlang omschreven als een syndroom waarbij meerdere kenmerken kunnen voorkomen. Meestal wordt daarbij gekeken naar drie hoofdkenmerken:
• een onregelmatige of uitblijvende eisprong
• verhoogde androgenen, zoals testosteron
• kenmerken aan de eierstokken die op een echo zichtbaar kunnen zijn
Androgenen worden vaak “mannelijke hormonen” genoemd, maar vrouwen maken ze ook gewoon aan. Ze horen bij een normaal hormonaal systeem. Alleen kunnen ze bij PMOS verhoogd zijn of sterker tot uiting komen. Dat kan klachten geven zoals acne, meer haargroei in het gezicht of op het lichaam, haaruitval op het hoofd, een vettige huid of een cyclus die onregelmatig blijft.
Daarnaast merken veel vrouwen met PMOS dat hun lichaam anders reageert op voeding, energie en gewicht. Ze komen makkelijker aan, hebben vaker sterke trek, voelen zich moe of mistig en merken dat afvallen moeilijker gaat, ook wanneer ze hun best doen. Ook buikvet en tekenen van insulineresistentie of andere metabole problemen komen vaker voor.
Niet iedere vrouw heeft al deze klachten. Dat maakt PMOS ook verwarrend. De één komt bij de huisarts vanwege een onregelmatige cyclus, de ander vanwege acne of overbeharing, en weer een ander omdat zwanger worden niet lukt. Sommige vrouwen hebben overgewicht, andere vrouwen niet. Sommige vrouwen hebben duidelijke klachten, andere vrouwen lopen jarenlang rond met losse puzzelstukjes die nooit echt bij elkaar worden gelegd.
Juist daarom schoot de oude naam tekort.
Als je alleen naar “cysten op de eierstokken” kijkt, mis je gemakkelijk wat er onder de oppervlakte speelt.
Waarom de naam PCOS tekortschiet
De naam PCOS heeft veel nadruk gelegd op de eierstokken. Dat is begrijpelijk, want de eierstokken spelen een rol. Maar de naam heeft ook voor verwarring gezorgd.
Niet iedere vrouw met PCOS heeft daadwerkelijk cysten op de eierstokken. En wat vaak “cysten” wordt genoemd, zijn meestal kleine follikels. Dat verschil doet ertoe. Het woord cysten klinkt alsof er iets vreemds of afwijkends groeit, terwijl het beeld bij PMOS veel breder is.
De nieuwe naam PMOS probeert dat recht te trekken.
- Polyendocrine verwijst naar meerdere hormonale systemen.
- Metabolic verwijst naar stofwisseling, insuline, energiehuishouding en metabole gezondheid.
- Ovarian laat zien dat de eierstokken nog steeds onderdeel zijn van het beeld, maar niet het hele verhaal vormen.
In The Lancet wordt de oude term PCOS nu beschreven als onnauwkeurig, omdat die pathologische cysten suggereert en die bredere endocriene en metabole kenmerken naar de achtergrond drukt. PMOS past beter bij de complexiteit van de aandoening.
Vooral dat woord metabolic is belangrijk.
Want bij veel vrouwen met PMOS speelt insuline een grote rol.
Waarom insuline zo vaak meespeelt bij PMOS
Insuline is een hormoon dat helpt om glucose uit je bloed naar je cellen te brengen. Iedere keer dat je eet, reageert je lichaam. Vooral koolhydraten vragen om een duidelijke insulinerespons, omdat ze worden afgebroken tot glucose.
Wanneer je lichaam goed gevoelig is voor insuline, verloopt dat proces soepel. Er is dan relatief weinig insuline nodig om glucose vanuit het bloed naar de cellen te krijgen.
Bij insulineresistentie reageert het lichaam minder goed op insuline. Je cellen worden minder ontvankelijk voor het signaal. Het lichaam gaat dan meer insuline aanmaken om de bloedsuiker toch binnen de perken te houden.
Daar zit een belangrijk punt:
Je bloedsuiker kan nog lang normaal lijken, terwijl insuline al veel harder moet werken.
Daarom kan iemand denken: “Mijn bloedsuiker is goed, dus daar zal het niet aan liggen”, terwijl er onder de oppervlakte toch sprake kan zijn van metabole onrust.
Bij PMOS kan een hogere insulinespiegel invloed hebben op de eierstokken en op de aanmaak van androgenen. Daardoor kunnen klachten zoals een onregelmatige cyclus, acne, overbeharing, haaruitval, gewichtstoename of moeite met afvallen versterkt worden. Ook in recente uitleg over PMOS wordt insulineresistentie genoemd als onderdeel van het bredere hormonale en metabole beeld.
Insuline verklaart natuurlijk niet alles. Een lichaam is geen rekensom. Hormonen, stress, slaap, voeding, beweging, genetische aanleg, medicatie, leeftijd en levensfase kunnen allemaal meespelen.
Maar insuline is bij PMOS té belangrijk om te negeren.
Wil je voor jezelf eens rustig nagaan of insulineresistentie mogelijk een rol speelt? Dan kun je ook mijn Insulineresistentie Check invullen. Die geeft geen diagnose, maar helpt je wel om signalen beter te herkennen en gerichter na te denken over je metabole gezondheid.
Waarom algemeen voedingsadvies vaak niet genoeg is
Veel vrouwen met PMOS hebben al vaak gehoord dat ze moeten afvallen of gezonder moeten eten.
Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk helpt zo’n algemeen advies vaak weinig.
Want wat betekent gezonder eten als je lichaam sterk reageert op koolhydraten? Wat betekent minder eten als je al jaren gewend bent geraakt aan kleine porties? En wat betekent meer bewegen als je nauwelijks herstelt? Wat betekent discipline als je cravings voortkomen uit een instabiel metabool systeem?
Daar gaat het dus vaak mis.
Veel vrouwen doen al ontzettend hun best. Ze eten minder, laten tussendoortjes staan, kiezen voor volkoren producten, salades, smoothies, calorieën tellen, meer sporten of intermittent fasting. Soms lukt het even, maar het lichaam komt niet echt tot rust:
- gewicht blijft hangen
- trek blijft terugkomen
- energie blijft wisselend
- de cyclus blijft onrustig
- het vertrouwen zakt steeds verder weg
Dan wordt het probleem al snel persoonlijk gemaakt. Alsof je blijkbaar niet consequent genoeg bent. Alsof je lichaam tegenwerkt omdat jij iets fout doet.
Bij PMOS is het veel zinvoller om naar de metabole onderlaag te kijken.
Hoe vaak moet je lichaam insuline aanmaken? Hoe stabiel blijft je bloedsuiker door de dag heen? Hoeveel rust krijgt je lichaam tussen eetmomenten? Eet je voldoende eiwitten? Eet je genoeg om je lichaam goed te laten functioneren? Is je koolhydraatinname laag genoeg om echt verschil te maken? Of zit je in een tussengebied waarin je wel veel laat, maar metabool nog niet genoeg verandert?
Dat zijn vragen waar je met een algemeen voedingsadvies meestal niet verder komt.
Keto bij PMOS: logisch, maar niet zomaar simpel
Een keto leefstijl kan bij PMOS interessant zijn omdat je direct werkt met de koolhydraatbelasting, bloedsuikerstabiliteit en insulinerespons.
Bij keto eet je zo weinig koolhydraten dat je lichaam overschakelt naar vetverbranding en ketonen gaat aanmaken. Daardoor krijgt het lichaam minder vaak grote glucosepieken te verwerken en hoeft er meestal minder insuline te worden aangemaakt.
Voor vrouwen bij wie insulineresistentie een belangrijke rol speelt, kan dat veel verschil maken, en niet alleen op de weegschaal.
Vrouwen merken dat:
- hun trek rustiger wordt
- ze minder vaak door de dag heen aan eten denken
- ze zich stabieler voelen
- hun energie gelijkmatiger wordt
- hun lichaam eindelijk weer ergens op reageert
Maar keto moet wel goed worden ingezet.
Keto is niet hetzelfde als zo min mogelijk eten. Het is ook niet hetzelfde als leven op koffie, eieren en wilskracht. Een keto leefstijl is geen wedstrijd in strengheid.
Als je PMOS hebt en je gebruikt keto als een nieuw dieet om nog minder te eten, kun je opnieuw vastlopen. Zeker wanneer je al een lange dieetgeschiedenis hebt, veel stress ervaart, slecht slaapt of bang bent geworden voor normale porties.
Een goede ketogene aanpak geeft juist rust.
Rust in je maaltijden.
In je bloedsuiker.
In je insulinesysteem.
En vooral in je hoofd, omdat je niet de hele dag bezig bent met eten.
Dat vraagt om meer dan een lijstje met producten.
Het vraagt om voldoende voeding, voldoende eiwitten, duidelijke maaltijden, een haalbaar ritme en een aanpak die past bij het lichaam dat je nu hebt.
PMOS, overgang en metabole gezondheid
In mijn praktijk werk ik vooral met vrouwen die merken dat hun lichaam niet meer vanzelf meewerkt. Vaak zijn het vrouwen tussen de 40 en 65 jaar. Ze hebben al veel geprobeerd, zijn meestal goed geïnformeerd en komen niet binnen omdat ze nog nooit over voeding hebben nagedacht.
Ze komen juist omdat ze vastlopen.
Soms is er een diagnose PMOS, voorheen PCOS. Of is er sprake van insulineresistentie, diabetes type 2, metabool syndroom of overgangsklachten. Soms is er geen duidelijke diagnose, maar wel een herkenbaar patroon: gewichtstoename, buikvet, cravings, vermoeidheid, slecht herstel, hormonale onrust en het gevoel dat het lichaam steeds minder voorspelbaar wordt.
Rond de overgang wordt dat vaak nog duidelijker.
Oestrogeen daalt en spiermassa neemt makkelijker af. Vetopslag verschuift vaker richting de buik. Slaap kan slechter worden, stress wordt minder goed verdragen. En de insulinegevoeligheid kan afnemen.
Voor vrouwen die eerder al gevoelig waren voor hormonale onrust of insulineresistentie, kan deze fase extra confronterend zijn. Wat vroeger nog werkte, werkt ineens minder goed. Minder eten helpt niet automatisch. Meer sporten levert niet vanzelf meer resultaat op. Koolhydraten worden slechter verdragen. Het lichaam voelt minder flexibel.
Daarom kijk ik in mijn begeleiding niet alleen naar “keto doen” maar naar de leefstijlmatige en metabole uitvoering:
- Wat eet je nu?
- Hoe zijn je maaltijden opgebouwd?
- Krijg je voldoende eiwitten binnen?
- Zijn je koolhydraten laag genoeg om echt in ketose te komen?
- Eet je genoeg?
- Hoe vaak eet je op een dag?
- Wat gebeurt er met je trek, energie en herstel?
- Gebruik je keto als metabole leefstijl, of eigenlijk als nieuw dieet om nog minder te eten?
Dat verschil is belangrijk. Want tussen “keto kan helpen” en “hoe pas ik keto goed toe in mijn situatie?” zit een groot gat.
Precies in dat verschil zit mijn begeleiding.
Ik stel geen medische diagnose, dat hoort bij een arts. Wat ik wél doe, is met je meekijken naar voeding, structuur, eetritme, macro’s, energie-inname, koolhydraatbelasting, insulinebelasting en praktische haalbaarheid.
Niet als losse puzzelstukjes, maar als geheel.
Hoe ik hier in mijn begeleiding naar kijk
Ik vind het belangrijk om keto niet groter te maken dan het is.
Keto is geen wondermiddel. Het vervangt geen arts, geen diagnostiek en geen medische behandeling. Bij klachten zoals een zeer onregelmatige cyclus, overmatige haargroei, haaruitval, vruchtbaarheidsvragen, stemmingsklachten, diabetes, hoge bloeddruk of andere medische signalen hoort altijd goede medische beoordeling.
Tegelijk vind ik het te beperkt om leefstijl weg te zetten als bijzaak.
Juist bij een beeld waarin insuline, stofwisseling en hormonen zo verweven kunnen zijn, doet leefstijl ertoe. Niet als simpele oplossing, maar als serieuze ingang om het lichaam beter te ondersteunen.
Dat vraagt wel om zorgvuldigheid.
Niet iedere vrouw hoeft te vasten. Niet iedere vrouw hoeft harder te sporten. En niet iedere vrouw is geholpen met nóg meer controle.
Soms begint herstel juist met eenvoud.
Drie duidelijke maaltijden en geen voortdurend gesnack. Voldoende eiwitten en vetten en koolhydraten laag genoeg om metabool verschil te maken. Aandacht voor stress en slaap. Stoppen met voortdurend sleutelen en leren herkennen wat je lichaam laat zien.
Dat klinkt misschien minder spectaculair dan veel adviezen online.
Maar in de praktijk is dit vaak precies waar de rust terugkomt.
Wat betekent dit voor jou?
Als je ooit de diagnose PCOS hebt gekregen, verandert de nieuwe naam niet ineens je klachten. Je lichaam is niet anders op de dag dat de medische wereld een nieuwe term gebruikt.
Maar woorden doen er wel toe.
PMOS maakt duidelijker dat je niet alleen naar je eierstokken hoeft te kijken. Het nodigt uit om breder te kijken naar je hormonen, stofwisseling, insulinegevoeligheid en metabole gezondheid.
Voor veel vrouwen is dat een opluchting.
Het verklaart waarom ze zich niet herkenden in het simpele verhaal van “cysten op de eierstokken”. Het verklaart ook waarom alleen de pil, alleen afvallen of alleen een algemeen voedingsadvies vaak niet genoeg voelt.
Je lichaam geeft signalen op meerdere lagen.
Dan mag de aanpak ook meerdere lagen meenemen.
Wanneer begeleiding zinvol kan zijn
Heb je PMOS, voorheen PCOS, en merk je dat je vastloopt met gewicht, energie, cravings of hormonale klachten? Dan kan het zinvol zijn om niet opnieuw een losse poging te doen, maar goed te kijken naar de basis.
Zeker wanneer je al bekend bent met keto of koolhydraatbeperkt eten, maar niet het resultaat ervaart dat je verwacht, is het belangrijk om niet automatisch strenger te worden.
Misschien eet je nog te veel koolhydraten om echt in ketose te komen of eet je in zijn geheel te weinig. Zijn je maaltijden niet goed opgebouwd. Of speelt stress een grotere rol dan je denkt. Misschien heb je vooral meer rust, structuur en duidelijkheid nodig.
In mijn begeleiding help ik je om dat helder te krijgen.
Niet met standaardadviezen, maar door te kijken naar jouw situatie, jouw lichaam en jouw levensfase. Zodat keto geen nieuwe strijd wordt, maar een manier om je metabole gezondheid serieus te ondersteunen.
De nieuwe naam PMOS is wat mij betreft een stap vooruit. Hij maakt beter zichtbaar waar het werkelijk over gaat: een breed hormonaal en metabool beeld waarbij de eierstokken een rol spelen, maar niet het hele verhaal zijn.
En juist dat bredere kijken is nodig.
Herken je jezelf hierin en wil je weten welke aanpak bij jouw situatie past? Dan kun je een vrijblijvend adviesgesprek aanvragen. In dat gesprek kijken we wat er bij jou speelt, waar je mogelijk vastloopt en welke vorm van begeleiding daar het beste bij aansluit.
