De naam Ozempic duikt tegenwoordig overal op. Het middel werd ontwikkeld voor mensen met diabetes type 2, maar wordt nu massaal voorgeschreven als afslankmedicatie. Inmiddels zijn er ook andere varianten, zoals Wegovy en Rybelsus (beide met dezelfde werkzame stof, semaglutide), en het nieuwer ontwikkelde Mounjaro (tirzepatide), dat naast de GLP-1- ook de GIP-receptor stimuleert. Samen vormen ze een nieuwe generatie middelen die het hongergevoel onderdrukken en de spijsvertering vertragen.
Op papier lijken ze veelbelovend. Ze zorgen ervoor dat je sneller verzadigd bent, minder eetlust hebt en dus gewicht verliest — vaak zonder dat iemand zijn voeding of leefstijl hoeft te veranderen. Maar achter dat succesverhaal schuilt een complexer beeld.
Hoe deze middelen werken
GLP-1 is een lichaamseigen hormoon dat wordt aangemaakt in de darmen na een maaltijd. Het vertraagt de maaglediging, stimuleert de insulineproductie en geeft een signaal van verzadiging aan de hersenen.
De medicijnen die dit hormoon nabootsen, versterken dat effect kunstmatig. Daardoor eten mensen minder, dalen de bloedsuikerspiegels, en verdwijnt gewicht — tijdelijk. Want zodra het middel wordt gestopt, komt het gewicht bij de meeste gebruikers terug, vaak met een overschot.
Dat komt doordat het lichaam niet fundamenteel is hersteld: de honger- en verzadigingssignalen zijn verstoord, spiermassa is afgenomen, en de stofwisseling is trager geworden. De prikkel van buitenaf neemt het over van het interne evenwicht.
Het risico wordt groter als deze medicatie wordt gebruikt zónder dat er tegelijkertijd aandacht is voor voeding, beweging en met name krachttraining. Wanneer de eiwitinname laag blijft en er geen prikkel is om spieren te behouden, gaat een deel van het gewichtsverlies ten koste van spiermassa.
Dat vermindert juist de metabole veerkracht — het vermogen van het lichaam om energie goed te gebruiken en te verbranden — en maakt het op langere termijn moeilijker om gewicht stabiel te houden. Het gevaar bestaat dus dat mensen deze medicatie gebruiken zonder de noodzakelijke aanpassingen in leefstijl, en daardoor kwetsbaarder worden in plaats van sterker.
De keerzijde van GLP-1-medicatie
Bijwerkingen als misselijkheid, vermoeidheid, obstipatie en een opgeblazen gevoel zijn veelvoorkomend. Ze worden vaak geaccepteerd als onschuldig ongemak, maar wijzen op een spijsvertering die onder druk staat.
Daarnaast worden er steeds vaker ernstiger klachten gemeld, zoals ontstekingen aan de alvleesklier, galstenen en stoornissen in de darmmotoriek. Ook psychische bijwerkingen komen voor — somberheid, apathie of angst — wat niet verrassend is, omdat GLP-1-receptoren zich ook in de hersenen bevinden.
Er zijn bovendien signalen die wijzen op zeldzamere, maar mogelijk ernstiger complicaties, zoals plotseling verlies van gezichtsvermogen (NAION) en suïcidale gedachten of gedragingen. Vooralsnog gaat het om meldingen uit de praktijk en niet om overtuigend bewijs uit klinisch onderzoek, maar het onderstreept wel dat de langetermijneffecten van deze medicatie nog onvoldoende bekend zijn.
Voor sommige mensen kan deze medicatie onder medische begeleiding tijdelijk verlichting geven, bijvoorbeeld bij ernstige obesitas of diabetes. Maar in de meeste gevallen blijft het symptoombestrijding: een manier om minder te eten, zonder dat de onderliggende oorzaak wordt aangepakt.
Het obesitasbeleid in Nederland: wie zit er aan tafel?
GLP-1-medicatie past in een bredere beweging waarin obesitas steeds nadrukkelijker wordt gezien als chronische ziekte, en medicatie als de logische oplossing. Op papier blijft leefstijl belangrijk, maar in de praktijk lijkt die aandacht juist af te nemen.
Dat roept vragen op. Want wie bepaalt eigenlijk wat er belangrijk is in obesitaszorg?
Het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON), dat betrokken is bij richtlijnen en beleid, ontvangt subsidie van het ministerie van VWS. PON werkt samen met de Stichting Obesitas Platform Nederland (OBPL) — en OBPL heeft structurele partners als Novo Nordisk, Lilly, Johnson & Johnson, Rythm en Goodlife: farmaceuten die actief zijn in afslankmedicatie.
Met andere woorden: de partijen die aan deze middelen verdienen, denken mee over beleid en communicatie. Dat is niet verboden, maar het vraagt wél om kritische vragen:
- Waarom blijft leefstijl structureel onderbelicht?
- Wie zit er aan tafel bij het beleid — en wie niet?
- En wie bepaalt uiteindelijk wat ‘de norm’ wordt in obesitaszorg?
Wat ik zie in de praktijk
In mijn praktijk zie ik vrouwen die jarenlang hebben geworsteld met diëten, vermoeidheid, hormonale klachten en gewicht dat maar niet wil stabiliseren. Ze zijn hun lichaam kwijtgeraakt — of het vertrouwen erin. Maar wanneer ze hun leefstijl structureel aanpassen, gebeurt er iets anders: hun lichaam komt tot rust, de bloedsuiker stabiliseert, de honger verdwijnt en de energie keert terug.
Dat proces kost tijd, aandacht en begeleiding, maar het is duurzaam. Het herstelt niet alleen het lichaam, maar ook de relatie ermee.
Daarom blijf ik kritisch op de richting waarin obesitaszorg beweegt. Niet om te veroordelen, maar om ruimte te houden voor wat óók waar is: dat gezondheid niet uit een injectie komt, maar uit de manier waarop je leeft.
Wat wél werkt
Eet- en leefstijlverandering kan helpen als de stofwisseling is ontregeld. Door de bloedsuikerspiegel te stabiliseren en het lichaam weer te leren vetverbranden, komt de energie langzaam terug en verdwijnt die constante honger.
Twijfel je waar jij staat?
Dan is een adviesgesprek een logische eerste stap. In dat gesprek onderzoeken we zorgvuldig wat er speelt en welke vorm van begeleiding passend is.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in april 2023 en is in oktober 2025 volledig herzien en geactualiseerd.
Ik werk als ketogeen therapeut en gecertificeerd keto coach met vrouwen die last hebben van hormonale schommelingen, vermoeidheid of gewichtstoename — vooral rond de overgang. Keto is geen dieet, maar een manier om weer rust te brengen in lijf én hoofd.
– Sevi Rutgrink, Utrecht
