de informatie in dit artikel is ook beschikbaar als podcast aflevering
Je hebt een normaal gewicht.
Misschien draag je maat 38 of 40.
Niemand zou zeggen dat jij risico loopt op diabetes.
En toch kun je metabool ontregeld zijn zonder dat je het ziet.
Waarom slanke mensen toch diabetes kunnen krijgen
Iedereen heeft een persoonlijke vetdrempel – de hoeveelheid vet die het lichaam veilig kan opslaan voordat het zich begint op te hopen in organen zoals de lever en alvleesklier. Zodra die grens bereikt is, ontstaan problemen, zoals insulineresistentie en uiteindelijk diabetes type 2.
Het verraderlijke is: je merkt het niet meteen.
Geen alarmsignalen. Geen extreme waarden.
Alleen een lichaam dat steeds harder moet werken om je bloedsuiker stabiel te houden.
Dit verklaart dan ook waarom:
- Een slank persoon diabetes kan krijgen, terwijl iemand met overgewicht gezond blijft.
- Twee mensen met hetzelfde gewicht een totaal verschillende metabole gezondheid kunnen hebben.
- Afvallen soms nodig is, zelfs als iemand niet ‘te zwaar’ lijkt.
Je bloedsuiker lijkt normaal maar wat gebeurt er echt?
Een veelvoorkomend misverstand is dat een normale bloedsuikerwaarde betekent dat er niets aan de hand is. In werkelijkheid kan de insulinespiegel jarenlang stijgen om de bloedsuiker stabiel te houden. Dit is het lichaam dat overuren draait om het probleem te maskeren.
Een normale glucosewaarde zegt dan weinig.
Wat je níet ziet, is hoeveel insuline er nodig is om die waarde normaal te houden.
En chronisch verhoogde insuline is precies wat vetopslag in stand houdt.
Veel mensen met verborgen insulineresistentie krijgen pas na 10 tot 13 jaar de diagnose diabetes type 2 – zogenaamd ‘opeens’. Maar in werkelijkheid is het proces al jaren eerder begonnen, zonder duidelijke signalen.
Juist bij mensen met onzichtbare vetopslag en een normaal gewicht kan dit verraderlijk zijn. Ze voelen zich vaak gezond, hebben normale bloedsuikers en merken pas laat dat hun lichaam al jaren worstelt met de insulinehuishouding.
Waar het misgaat: vet in de organen en insulineresistentie
Je lichaam slaat vet eerst op onder de huid. Maar als die opslag vol is (en onthoud: de opslagcapaciteit is bij iedereen anders!) begint het vet zich intern op te hopen. Slechts een kleine hoeveelheid vet in de alvleesklier kan dan al de insulineproductie verstoren. Dit wordt ook wel TOFI genoemd: thin on the outside, fat on the inside.
Dat opgeslagen vet in de organen verstoort niet alleen de insulineproductie, maar zorgt er ook voor dat cellen minder gevoelig worden voor insuline. Dit heet insulineresistentie, en het betekent dat je lichaam steeds meer insuline nodig heeft om de bloedsuiker te reguleren. Maar een te hoge insulinespiegel houdt de vetopslag juist in stand waardoor het moeilijker wordt om het overtollige vet kwijt te raken
Een goed voorbeeld van dit fenomeen komt uit Japan. Ondanks het feit dat obesitas relatief laag is in Japan, is er een toenemende prevalentie van diabetes type 2. Dit komt deels doordat Japanners een genetische aanleg hebben voor een lagere vetdrempel, wat betekent dat ze insulineresistentie kunnen ontwikkelen bij een lager vetpercentage dan westerse populaties. Zelfs bij een BMI onder de 25, wat vaak als ‘gezond’ wordt beschouwd, kunnen ze insulineresistentie ontwikkelen door de manier waarop hun lichaam vet opslaat. Dit laat zien dat het niet alleen gaat om het gewicht, maar ook om de locatie en de manier waarop vet in het lichaam wordt opgeslagen.
Hoewel TOFI meer prominent lijkt in sommige Aziatische bevolkingsgroepen, zoals in Japan, is het dus ook een risico in bijvoorbeeld Europese populaties, vooral gezien de invloed van westerse diëten op vetopslag en insulineresistentie.
Het punt is dus niet of je slank bent.
Het punt is of jouw lichaam vet veilig kan opslaan.
Als die capaciteit beperkt is, verschuift vet naar plekken waar het niet hoort, ook bij een ‘gezond’ BMI.
De twee sleutels tot een gezond metabolisme
Onderzoek toont aan dat een bescheiden gewichtsverlies van 10% vaak al voldoende is om de vetophoping in de organen terug te dringen en de bloedsuikerspiegel te verbeteren. Maar gewichtsverlies alleen is niet genoeg als de insulinespiegel hoog blijft.
Het herstellen van een ontregeld metabolisme vraagt twee dingen:
het verminderen van vet in de organen én het verlagen van chronisch hoge insuline.
Dat is geen kwestie van minder eten. Het is een kwestie van gerichte metabole bijsturing.Dit kan je al doen door:
- minder snelle koolhydraten te eten (zoals suiker en wit brood)
- minder maar liefst geen ultrabewerkte producten te eten
- voldoende eiwitten en gezonde vetten binnen te krijgen
- periodiek vasten, of in ieder geval minder vaak te eten, en je eetraam te verkleinen
- wat meer te gaan beweging, vooral krachttraining en wandelen na maaltijden
Dit zijn geen losse tips.
Ze werken alleen als ze in samenhang worden toegepast, afgestemd op jouw situatie.
Wanneer je zowel het overtollige vet in de organen vermindert als je insulinehuishouding verbetert, kun je je metabolisme herstellen en je risico op diabetes drastisch verlagen—zelfs als je niet veel overgewicht hebt.
Lees hier meer over bewegen
Wat dit betekent als jij slank bent
Als jij een normaal gewicht hebt maar:
- merkt dat vet zich vooral rond je buik verzamelt
- steeds vermoeider bent na maaltijden
- of een nuchtere glucose ziet die langzaam stijgt
dan is het verstandig om verder te kijken dan je BMI.
Wanneer inzicht belangrijker is dan nog een dieet
Verborgen insulineresistentie vraagt geen crashdieet.
Het vraagt inzicht in hoe jouw lichaam vet opslaat en insuline reguleert.
In een adviesgesprek kijk ik met je mee naar:
- jouw risicoprofiel
- je bloedsuiker- en insulinewaarden
- en of keto in jouw situatie een preventieve of corrigerende stap is
Niet om je te laten schrikken.
Wel om te voorkomen dat een ‘normaal’ gewicht je een vals gevoel van veiligheid geeft.
