Waarom kom je niet in ketose? De rol van HSL bij het vrijmaken van vetzuren

de informatie in dit artikel is ook beschikbaar als podcast aflevering


Je doet alles goed: je eet genoeg vet, vermijdt koolhydraten, misschien vast je zelfs regelmatig…maar toch lukt het niet om écht in ketose te komen. Herkenbaar? Je bent niet de enige. Veel mensen worstelen hiermee en vragen zich af: wat doe ik verkeerd?

In werkelijkheid kan het liggen aan een complexer proces in je lichaam dan alleen voeding en vasten. En soms speelt een genetische factor mee, zoals de werking van een enzym dat hormoongevoelig lipase (HSL) heet. In dit artikel neem ik je mee in wat HSL precies doet, wat er kan blokkeren en wat je eraan kunt doen.


Wat is ketose precies?

Ketose is een natuurlijke metabole toestand waarbij je lichaam vet gebruikt als primaire brandstof in plaats van koolhydraten. Dit gebeurt wanneer je minder koolhydraten eet en je lichaam vetzuren omzet in ketonen, die vervolgens je cellen voorzien van energie. Veel mensen ervaren in ketose meer energie, minder honger en makkelijker vetverlies.

Maar om in ketose te komen, moet je lichaam wel vetten effectief kunnen vrijmaken uit de vetcellen. En dat lukt niet altijd vanzelf, ook niet als je voeding helemaal klopt.

Een goede methode om te checken hoe ver je bent is via ketonen, glucose en de GKI. Meer hierover weten? Lees dan hier verder


Waarom lukt ketose niet altijd?

Er zijn verschillende redenen waarom ketose bij sommige mensen moeilijk op gang komt, ondanks een strikt ketogeen dieet:

  • Teveel insuline of insulineresistentie: Insuline remt het losmaken van vet uit vetcellen. Als je insuline te hoog is of je lichaam niet goed reageert, blijft vet ‘vastzitten’ en kan ketose moeizaam starten.
  • Weinig mitochondriale activiteit: Je cellen moeten vet ook daadwerkelijk kunnen verbranden. Als je mitochondriën (de energiefabriekjes van je cellen) minder actief zijn, stokt de vetverbranding, ook al komt het vet wél vrij.
  • Hormonale verstoringen: Problemen met de schildklier, bijnieren of andere hormonale systemen kunnen vetmobilisatie en energieproductie remmen. Denk aan een traag werkende schildklier of cortisolproblemen.
  • Carnitine-tekort: Carnitine is nodig om vetzuren je mitochondriën in te ‘slepen’ zodat ze daar verbrand kunnen worden. Een tekort aan carnitine kan vetverbranding dus flink vertragen. Dit zie ik vooral bij mensen die lange tijd vegetarisch of veganistisch hebben gegeten, omdat carnitine voornamelijk in dierlijke producten zit.
  • Genetische factoren: Sommige mensen hebben een genetische variant waardoor het enzym HSL minder goed werkt, waardoor vetmobilisatie niet optimaal verloopt. En zonder vetzuren, geen ketonen.

En over dat HSL, waar je normaal gesproken vrij weinig over hoort, gaat dus dit artikel.


Eerst even dit: het verschil tussen insulineresistentie en HSL-problemen

Insulineresistentie en een HSL-variant zijn verschillende processen, ook al lijken de gevolgen soms op elkaar:

  • Insulineresistentie betekent dat je cellen niet goed reageren op insuline. Het gevolg: te veel insuline blijft circuleren en houdt vet opgeslagen. Als je insuline te hoog blijft, wordt het enzym HSL ook geremd.
  • HSL-afwijking betekent dat het enzym zélf minder goed functioneert, óók als je insulinespiegel al laag is. In dit geval ligt het probleem niet bij insuline, maar bij de ‘techniek’ om vet los te maken.

Je kunt dus slank zijn, goed eten, lage insulinewaarden hebben – en toch moeite hebben met vetverbranding, simpelweg omdat de motor hapert.


Wat is dan hormoongevoelig lipase (HSL)?

HSL is een enzym dat ervoor zorgt dat vetzuren uit je vetcellen worden losgemaakt. Zonder die vetzuren kan je lichaam geen ketonen maken. Dit proces wordt normaal gesproken geactiveerd door bepaalde hormonen, zoals adrenaline, glucagon en cortisol — vooral tijdens vasten, sporten of stress.

Als je een genetische variant hebt in het HSL-gen (ook wel LIPE-gen genoemd), kan dit proces minder efficiënt verlopen. Daardoor komen vetzuren minder makkelijk vrij, zelfs als je strikt keto eet. Het lijkt dan alsof je systeem letterlijk een extra zetje nodig heeft om vet te mobiliseren.

Dat “zetje” komt vaak van beweging.


Wat betekent dat in de praktijk?

Je lichaam heeft in dit geval extra stimulans nodig om vetzuren vrij te maken – en die stimulans komt meestal via fysieke activiteit. Pas als je gaat bewegen, wordt HSL geactiveerd en kan ketose op gang komen. Daarom lukt het bij sommige mensen pas na een wandeling, training of andere vorm van beweging om in ketose te komen, terwijl ze met voeding en vasten alleen net niet voldoende resultaat boeken.

Dit kan verklaren waarom ketose bij jou niet vanzelf komt, ook al doe je “alles goed”.


Wetenschappelijke onderbouwing

De werking van het enzym Hormoongevoelig lipase (HSL) is goed gedocumenteerd in de wetenschappelijke literatuur. HSL is verantwoordelijk voor het mobiliseren van vetzuren uit de vetcel. Onder invloed van o.a. catecholamines (zoals adrenaline en noradrenaline), maar ook bij insulinedaling (bijvoorbeeld bij vasten of koolhydraatarme voeding), wordt HSL geactiveerd. Dit proces heet lipolyse.

Een klassieke studie laat zien dat HSL een centrale rol speelt in de afbraak van triglyceriden naar vrije vetzuren binnen de vetcel [1]. Ook is aangetoond dat fysieke inspanning de HSL-activiteit verhoogt, wat leidt tot een snellere afgifte van vetzuren voor gebruik als energiebron [2].

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat HSL-regulatie niet alleen acuut beïnvloed wordt (bijvoorbeeld door sport), maar ook door hormonale en metabole factoren zoals insulinegevoeligheid en genetica [3]. Mensen met een genetisch bepaalde lagere HSL-activiteit hebben vaak moeite met vetverlies, ondanks inspanning en energietekort [4].

Tot slot laat een andere studie zien dat regelmatige lichaamsbeweging de gevoeligheid van vetweefsel voor lipolytische signalen verhoogt, waardoor HSL sneller en effectiever reageert op dezelfde hormonale prikkel [5].


Hoe vaak komt die HSL-genvariant voor?

Deze genetische variatie is niet zeldzaam. Onderzoek wijst uit dat ongeveer 10 tot 20% van de bevolking een variant heeft in het LIPE-gen die geassocieerd wordt met verminderde HSL-activiteit. De exacte impact verschilt per persoon, maar het kan een duidelijke rol spelen in hoe makkelijk je vet kunt mobiliseren.


Kun je testen of je een HSL-variant hebt?

Er zijn dus genetische tests die mutaties in het LIPE-gen kunnen opsporen, maar dat is voor de meeste mensen niet nodig of niet beschikbaar. Indirect merk je vaak aan het verloop van je ketogene traject of HSL mogelijk een rol speelt. Blijf je buiten ketose, ondanks lage koolhydraten, goede vetten, af en toe vasten? Maar doe jij niks tot weinig aan beweging? Dan is beweging een logische volgende stap.


Een voorbeeld

Een van mijn cliënten – laten we haar ‘Linda’ noemen – volgde heel strikt een ketogeen dieet. Koolhydraten telde ze nauwkeurig af, ze at genoeg vet, en toch bleef ketose uit.
Pas toen ze dagelijks ging wandelen en lichte krachttraining toevoegde, kwam de verandering. “Ik voelde het verschil na drie dagen. Mijn hoofd werd helderder, mijn honger verdween, en ik kon eindelijk die energie vinden waar iedereen het over had.”

Dat is typisch voor mensen met HSL-problemen: ze hebben een extra zetje nodig om vetverbranding op gang te brengen.


Waarom beweging het verschil maakt

Omdat testen op HSL-activiteit voor de meeste mensen geen reële optie is, is het verstandig om beweging sowieso als voorzorgsmaatregel in te zetten. Beweging is namelijk de meest natuurlijke manier om HSL te activeren – en dat geldt voor iedereen, ongeacht of je een genetische variant hebt of niet.

In al mijn programma’s adviseer ik standaard om dagelijks te wandelen. Niet omdat je per se moet sporten, maar omdat bewegen essentieel is voor je vetverbranding, je insulinegevoeligheid en je algehele metabole gezondheid.

Dat hoeft echt niet te betekenen dat je uren moet sporten. Denk eerder aan:

  • Elke dag minimaal 30 minuten stevig wandelen
  • Regelmatig rekken en bewegen gedurende de dag (zeker bij zittend werk)
  • Korte sessies met lichte krachttraining
  • Vasten combineren met beweging in de ochtend

Deze kleine aanpassingen kunnen net het verschil maken tussen frustratie en een goed werkende vetverbranding.

Je hoeft dus echt niet naar de sportschool, maar die stevige dagelijkse wandeling, wat traplopen of zelfs gewoon regelmatig opstaan en rekken kan al verschil maken. Als je merkt dat ketose bij jou niet vanzelf komt, is beweging iets wat je eenvoudig kunt toevoegen – en het zou zomaar dat ontbrekende stukje kunnen zijn.

Beweging stimuleert precies die hormonen (zoals adrenaline) die HSL activeren. Dat maakt fysieke activiteit onmisbaar, juist voor mensen met een trage vetmobilisatie.

Meer weten over bewegen en timing? Lees dan even hier verder


Samenvattend

Ketose hangt niet alleen af van wat je eet. Je lichaam moet het opgeslagen vet ook kunnen mobiliseren én verbranden. Insulineresistentie, hormonale verstoringen, verminderde mitochondriale activiteit en genetische factoren zoals een HSL-variant kunnen dit proces blokkeren.

De oplossing zit ‘m vaak in beweging: een krachtig, maar vaak vergeten hulpmiddel om vetverbranding en ketose op gang te brengen – vooral voor mensen bij wie voeding niet voldoende lijkt.


Wat dit betekent als ketose bij jou uitblijft

Als ketose ondanks discipline uitblijft, is het tijd om te stoppen met harder werken en te beginnen met slimmer kijken.

Verminderde vetmobilisatie, hormonale remming of metabole adaptatie los je niet op met nog een week strenger eten.

Dat vraagt inzicht, metingen en bijsturing.

In Keto Focus analyseren we waar jouw systeem blokkeert en sturen we gericht bij, zodat vetverbranding niet langer afhankelijk is van toeval of geluk.


Bronnen

  1. Holm, C., Kirchgessner, T. G., Khandwala, A., & Patel, S. (2000). Hormone-sensitive lipase: structure, function, evolution and overexpression in transgenic animals. Biochimie, 82(12), 1171-1178. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8029209/
  2. Van Loon, L. J., Schrauwen, P., Saris, W. H., & Wagenmakers, A. J. (2003). Effect of fasting on human skeletal muscle fatty acid metabolism: a 24-h study. American Journal of Physiology-Endocrinology and Metabolism, 284(5), E1104-E1111. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11595653/
  3. Langin, D., Dicker, A., Tavernier, G., Hoffstedt, J., Mairal, A., Rydén, M., … & Arner, P. (2006). Adipocyte lipases and defect of lipolysis in human obesity. Diabetes, 55(3), 667-674. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16249444/
  4. Kovacova, Z., Kalisnik, M., & Wabitsch, M. (2005). Adipose tissue immune response and HSL function in insulin resistance. Journal of Endocrinology, 186(3), 397-404. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6557583/
  5. Stich, V., Ros, W. J., & Gerd, F. (2001). Training-induced adaptations in adipose tissue metabolism in human subjects. Metabolism, 50(9), 1053-1058. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7201000/

Ontdek meer van Sevi Rutgrink - Keto Coaching

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder