Ik eet toch gezond? Waarom werkt mijn lichaam dan niet mee?

de informatie in dit artikel is ook beschikbaar als podcast aflevering


In een adviesgesprek vraag ik altijd hoe iemand op dat moment eet. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen waar iemand staat en hoe haar lichaam reageert op wat ze dagelijks binnenkrijgt. Nog vóór de uitleg begint hoor ik vaak dezelfde zin:

“Ik eet al best gezond.”

Dat hoor ik vooral van vrouwen die al jarenlang bezig zijn met hun voeding. Ze letten op wat ze eten, kiezen bewust, proberen minder suiker te nemen en meer groente te eten. Toch merken ze dat hun lichaam anders reageert dan vroeger. Ze worden sneller moe, komen makkelijker aan, slapen slechter of hebben het gevoel dat ze steeds minder kunnen hebben.

Veel van de vrouwen die bij mij komen zitten in de overgang, of merken dat hun lichaam verandert na hun veertigste. En juist in deze levensfase kan een eetpatroon dat jarenlang prima leek te werken ineens niet meer voldoende zijn.

Daar begint meestal het echte gesprek. Want wat we als gezond zien, is niet altijd wat het lichaam in deze fase nodig heeft.


Wat bedoel je eigenlijk met gezond eten?

Wanneer ik vraag wat iemand precies bedoelt met gezond eten, krijg ik vaak antwoorden die heel herkenbaar zijn.

  • weinig vet, veel groente, volkoren producten, smoothies als ontbijt, een salade als lunch
  • minder vlees, vaker vleesvervangers
  • en kleinere porties, omdat dat beter zou zijn voor het gewicht

Op papier ziet dat er netjes uit. Het sluit ook aan bij adviezen die jarenlang als gezond zijn gepresenteerd. Voor sommige vrouwen werkt dat ook prima. Maar bij vrouwen in de overgang zie ik dat juist deze manier van eten vaak niet meer het effect heeft dat ze ervan verwachten. Want:

  • de stofwisseling verandert in in de overgang
  • de gevoeligheid voor insuline neemt af
  • spiermassa wordt sneller minder
  • hormonale schommelingen hebben meer invloed op energie, slaap en vetopslag

Daardoor kan een eetpatroon dat vroeger goed voor jou werkte nu juist zorgen voor meer honger, meer vermoeidheid of moeite met afvallen.

Wat gezond klinkt, is dus niet automatisch metabolisch gezond.


Gezond eten, maar toch klachten

Wanneer we beter kijken naar het dagelijkse eetpatroon zie ik vaak een aantal terugkerende patronen die het lichaam onrustig kunnen houden, zonder dat iemand zich daarvan bewust is. Zeker bij vrouwen in de overgang zie je dat deze patronen sneller klachten geven:

• een relatief hoge suikerinname, vaak via producten die als gezond worden gezien, zoals fruit, zuivel, ontbijtgranen of repen
• een sterke nadruk op volkorenproducten en vezels, waardoor de bloedsuiker gedurende de dag blijft schommelen
• een stofwisseling die minder flexibel is geworden door jaren van diëten, aankomen en weer afvallen
• te weinig verzadiging doordat vetten worden gemeden uit angst om aan te komen
• een lage inname van dierlijke eiwitten, terwijl die juist belangrijker worden na je veertigste om spiermassa te behouden
• een hoge hoeveelheid zaadoliën, waardoor de omega-3/omega-6-balans verschuift en ontstekingsprocessen makkelijker kunnen ontstaan
• onvoldoende aandacht voor verborgen suikers en de invloed van zoetstoffen op eetlust en insuline

Dat alles samen kan ervoor zorgen dat de stofwisseling minder stabiel gaat functioneren.

Wanneer het lichaam onvoldoende verzadiging krijgt, ontstaat sneller de neiging om vaker te eten. De bloedsuiker blijft daardoor schommelen en je energieniveau wisselt. En wanneer de hormonale regulatie onder druk komt te staan, merk je dat vaak pas na jaren, bijvoorbeeld in de vorm van gewichtstoename, vermoeidheid, overgangsklachten of een lichaam dat niet meer reageert zoals vroeger.

Zo ontstaat langzaam een patroon waarin je volgens de regels misschien gezond eet, maar waarin je lichaam toch geen rust krijgt.


En als ik dan nog wat verder doorvraag…

Dan komt er vaak meer naar boven.

Je drinkt nog regelmatig alcohol, terwijl water er juist bij inschiet. Er zijn vaak tussendoortjes gedurende de dag, omdat je anders een dip krijgt. En er leeft vaak het idee dat af en toe zondigen moet kunnen, of dat door ‘alles met mate’ te eten de stofwisseling vanzelf in balans blijft.

Dat zijn heel menselijke patronen. Ze hebben ook niets te maken met gebrek aan discipline, wel met een lichaam dat andere signalen geeft dan je misschien verwacht.

Veel vrouwen proberen hun voeding netjes te houden, maar merken dat blijven vastzitten in een ritme van snacken, opnieuw energie zoeken en weer terugvallen. Op korte termijn lijkt dat te werken, maar op langere termijn kan het juist bijdragen aan ontregeling van de stofwisseling.

Juist in de overgang zie je dat het lichaam gevoeliger wordt voor dit soort schommelingen. Waar je vroeger overal tegen kon, reageert je lijf nu sneller met vermoeidheid, gewichtstoename, slechter slapen of meer trek.


“Ik mankeer eigenlijk niets”

Dat hoor ik ook vaak als iemand haar leefstijl beschrijft. En dan stel ik meestal een vervolgvraag: wanneer heb je dan voor het laatst bloedonderzoek laten doen?

Het gaat dan niet alleen om glucose of cholesterol, maar juist ook waarden zoals HbA1c, nuchtere insuline, HOMA-IR, ijzer, vitamine D, vitamine B12, lever- en nierfunctie, schildklierwaarden en CRP als maat voor ontstekingsactiviteit.

Het antwoord is vaak dat dat al jaren geleden is, of zelfs nooit is gebeurd. Ook de bloeddruk blijkt regelmatig onbekend, terwijl het verstandig is om die vanaf je veertigste jaarlijks te controleren.

Veel vrouwen denken dat ze gezond zijn omdat er geen duidelijke klachten zijn. Maar wat je niet meet, blijft vaak onder de radar. Juist in deze levensfase kunnen ontregelingen zich langzaam opbouwen, soms over een periode van tien tot vijftien jaar:

  • je bloeddruk kan geleidelijk stijgen zonder dat je het merkt
  • niet-alcoholische leververvetting kan ontstaan zonder duidelijke symptomen
  • cholesterolratio’s kunnen ongunstig worden zonder dat je dit weet
  • insulineresistentie kan zich jarenlang ontwikkelen voordat glucosewaarden afwijken

Ook vermoeidheid wordt vaak te makkelijk verklaard. Te druk, slecht slapen, de leeftijd of de overgang. Terwijl er in de praktijk regelmatig tekorten blijken te spelen, bijvoorbeeld aan ijzer of vitamine D.

Wanneer iemand dan vertelt dat ze slechter slaapt, sneller prikkelbaar is, vet vasthoudt rond de buik, vaker moet eten om zich goed te voelen of sneller buiten adem is, dan kijk ik samen met haar wat daar onder kan liggen.


Insulineresistentie speelt vaker een rol dan je denkt

Bij veel vrouwen die bij mij komen speelt insulineresistentie een rol, zonder dat ze dat weten. Dat betekent dat het lichaam minder goed reageert op insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. Daardoor blijft de insuline langer verhoogd, ook als je niet extreem ongezond eet.

Dat kan zich uiten in klachten zoals:

• moeite met afvallen, vooral rond de buik
• snel weer honger na het eten
• behoefte aan zoet of koolhydraten
• vermoeidheid na maaltijden
• slechter slapen
• meer vetopslag rond de middel
• brain fog of concentratieproblemen

In de overgang zie ik dit extra vaak. Door hormonale veranderingen wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline, terwijl spiermassa juist afneemt. Daardoor kan een eetpatroon dat vroeger prima werkte, ineens zorgen voor meer schommelingen in energie, bloedsuiker en vetopslag.

Insulineresistentie ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Het is vaak een proces dat zich langzaam ontwikkelt, vaak over een periode van jaren. In het begin blijven glucosewaarden vaak nog normaal, terwijl de insuline al verhoogd is. Daardoor kan het probleem lange tijd onopgemerkt blijven.

Wanneer dit proces verder doorgaat, kan insulineresistentie uiteindelijk overgaan in diabetes type 2. Daarmee neemt ook het risico toe op andere aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, leververvetting en cognitieve achteruitgang. Juist bij vrouwen na hun veertigste zie ik regelmatig dat deze ontregeling al langere tijd speelt, terwijl ze zelf het gevoel hebben dat ze eigenlijk best gezond eten.

Daarom is het belangrijk om signalen in een vroeg stadium serieus te nemen, ook als je geen duidelijke ziekte hebt en denkt dat je voeding redelijk goed is.

Wil je weten of insulineresistentie bij jou een rol kan spelen? Dan kun je de insulineresistentie check doen of mijn e-book over insulineresistentie bij vrouwen lezen.


Moet je dan meteen keto gaan doen?

Niet per se.

De eerste stap is altijd inzicht. Begrijpen wat er in je lichaam gebeurt en eerlijk kijken naar wat je nu daadwerkelijk eet. Niet om te oordelen, maar om te observeren. Wat ligt er op je bord, hoe vaak eet je en hoe voel je je daarna.

Veel vrouwen ontdekken dan dat:

  • hun voeding vooral vult, maar niet altijd optimaal voedt
  • er meer snelle koolhydraten in zitten dan gedacht
  • eiwitten en vetten ondervertegenwoordigd zijn
  • etiketten vol staan met toevoegingen
  • dat dagelijkse glaasje wijn toch vaker voorkomt dan ze zich realiseerden

Wanneer je dat eerlijk in kaart brengt, ontstaat vanzelf meer inzicht.
En inzicht is altijd de eerste stap richting verandering.


Kleine stappen maken verschil

Je hoeft niet van de ene op de andere dag ketogeen te eten om verschil te merken. Vaak helpt het al om eerst te stoppen met wat je lichaam onrustig maakt, en meer ruimte te geven aan een voedingspatroon dat verzadigt en voedt:

  • pure, onbewerkte producten
  • voldoende eiwitten
  • gezonde vetten
  • minder eetmomenten
  • meer structuur

Voor sommige vrouwen is dat al genoeg om zich beter te voelen. Maar in mijn praktijk zie ik ook veel vrouwen die al jarenlang op die manier hun best doen en toch klachten blijven houden.

Juist in de overgang kan het zijn dat deze algemene adviezen niet meer voldoende zijn. Dan is het niet zo dat je het verkeerd doet maar dat je lichaam een gerichtere aanpak nodig heeft.


Van kleine stappen naar een gerichte aanpak

Wanneer met die kleine stappen klachten blijven bestaan kijk ik in mijn praktijk naar onderliggende factoren zoals insulineresistentie, hormonale veranderingen, ontstekingsactiviteit of een stofwisseling die minder flexibel is geworden.

In die situatie kan een ketogeen voedingspatroon veel verschil maken, maar alleen als het goed wordt toegepast en past bij jouw lichaam en jouw levensfase.

Daarom werk ik vooral met vrouwen van veertig jaar en ouder die merken dat hun lichaam niet meer reageert zoals vroeger ondanks dat ze hun voeding al serieus nemen.

Tijdens een adviesgesprek kijken we samen naar jouw situatie, je klachten, je eetpatroon en je doelen. Daarna bespreken we welke aanpak voor jou zinvol is en of één van mijn trajecten daarbij past.

Zo voorkom je dat je blijft zoeken in wat gezond zou moeten zijn en ga je werken met wat jouw lichaam nu nodig heeft.

Ontdek meer van Sevi Rutgrink - Keto Coaching

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder